RADIO INVICTA BETUWE

Invicta200 
Mijn naam is Nico Fintelman en ik ben in de tijd dat etherpiraterij een normaal en populair verschijnsel was bekend geworden onder de naam Nico Smits. Ik was ondermeer één van de mensen achter het voormalige Delta Radio 90 in Nijmegen en samen met anderen heb ik daar een website over gemaakt.

 

Delta Radio 90 Nijmegen

 

Maar er was meer voor mij. Zo begon het allemaal met mijn eigen zender Radio Invicta in de Betuwe eind jaren zeventig. Om ook het verhaal daarvan niet verloren te laten gaan heb ik besloten deze weblog op te zetten. Maar het verhaal is beperkt en daarom gebruik ik deze weblog ook om andere verhalen te schrijven over zaken die mij en hopenlijk de lezer interesseren. Verhalen die meestal gaan over radio en oude popmuziek.

 

Het inlogadres is vermeld als Happy Hour want wat is er nou leuker dan een Happy Hour !!

 

 

 

 

 

INVICTA

—————————————

 

Oef

De hostingfirma van deze weblog besloot om het één en en ander te gaan wijzigen. En dat ging van oef. In de nacht van 23 augustus j.l. werd er een zogenaamde migratie uitgevoerd. Voor die ene nacht zou de weblog niet online zijn maar er ging iets fout en die ene nacht werden dagen. Oef.

 

Vervolgens werd duidelijk dat er niet zomaar een foutje zat in de migratie maar dat het helemaal was misgelopen. En dat de weblog lange tijd niet meer online zou zijn en er ook geen berichten meer konden worden geplaatst. Iets wat overigens niet alleen voor deze Invicta site gold maar voor alle 400.000 weblogs van deze hostingfirma. Oef.

 

Nu, na zo’n 10 weken, zijn de ergste problemen voorbij. De meeste weblogs zijn terug en kunnen weer worden bewerkt. Maar er is nog een heleboel te herstellen, zowel door de hostingfirma zelf als door de exploitanten van de weblogs. En zo is er ook  bij deze Invicta site in de komende tijden nog een hoop werk in uitvoering.

 

 

 

 

INVICTA

————————————–

Hugo de Groot

200px-Michiel_Jansz_van_Mierevelt_-_Hugo_Grotius Hugo de Groot leefde lang geleden, van 10 april 1583 tot 28 augustus 1654. Velen zal zijn naam niets meer zeggen. Maar de ouderen onder ons die vroeger goed opgelet hebben bij de geschiedenisles zullen nog wel het beroemde verhaal over Hugo en de boekenkist kennen.

Hugo de Groot was een rechtsgeleerde, schrijver en advocaat en behoorde tot de ’elite’ van het land.  Toen er godsdienst twisten kwamen, iets wat in die tijden een zeer belangrijk item was, koos Hugo de ‘verkeerde’ kant. Eén van zijn opponenten was Prins Maurits (van Oranje) en dat was een machtig man. Hij zorgde ervoor dat Hugo een levenslange gevangenisstraf kreeg vanwege zijn verkeerde opvattingen en zo kwam het dat Hugo opgesloten werd in een staatsgevangenis, in die tijd gevestigd in slot Loevestein in de buurt van Zaltbommel. Hij mocht nog wel als privilege blijven studeren en daarvoor werd af en toe een grote boekenkist vol met studieboeken afgeleverd op Loevestein. Toen op een dag in 1621 de kist weer werd opgehaald besloot Hugo niet de te retourneren boeken in de kist te stoppen maar er zelf in te gaan zitten. En zo volgde een spectaculaire ontsnapping uit de gevangenis die voorgoed als legendarisch de geschiedenisboeken is ingegaan. De eerstvolgende jaren leefde Hugo in het buitenland maar kwam terug nadat prins Maurits was overleden. Echter, zijn aanwezigheid hier werd niet bijzonder op prijs gesteld door de machthebbers. Hugo koos vervolgens voor vrijwillige ballingschap en leefde tot zijn dood in het buitenland waar hij overigens belangrijke diplomatieke functies had. En dan het opmerkelijke: deze Hugo de Groot was er indirect de oorzaak van dat we veel later in NW-Europa zeezenders zouden krijgen. De goede man heeft het zelf nooit geweten, radio werd pas enige eeuwen later uitgevonden.

 

In de tijd van Hugo de Groot bestond het ‘Koninkrijk der Nederlanden’ nog niet. Het grootste gedeelte van het gebied dat we nu kennen als Nederland heette toen ‘De Republiek der Zeven Verenigde Provincien’. Er was nog geen democratisch parlement en het waren de notabelen van de Provincien (gewesten) die gezamenlijk het bestuur van het land vormden. Dit bestuur besloot om in samenwerking met een aantal welgestelde zakenmensen een grote handelsfirma op te zetten die middels handelsvloten ’zaken’ ging doen in Azie (de Oost). Deze firma kreeg de naam Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en werd zeer succesvol. Het is overigens dezelfde VOC waar een aantal jaren geleden onze toenmalige premier Balkenende in de Tweede Kamer ons ineens aan herinnerde (‘We moeten trots zijn, de VOC mentaliteit weer terug krijgen”). Balkenende vergat dat de VOC zich ook bezig hield met zeeroverij en het geweldadig bezetten van gebieden. Maar de VOC werd een staats-multinational waar particuliere zakenmensen grote belangen in hadden en waar veel geld werd verdiend. Probleem was wel dat hun zeevloten niet altijd even makkelijk hun verre trips konden maken doordat ze allerlei staten en andere vloten tegenkwamen die hen de doorgang betwisten.

Eén van de denkers in de Republiek was Hugo de Groot en hij ontwikkelde een theorie waardoor het veel makkelijker zou zijn om de wereldzeen te bevaren. Mede ingegeven door ideen van anderen schreef Hugo de studie Mare Liberum (1609). Hierin werd het zeerecht bedacht dat ondermeer inhield dat landen alleen de baas waren over het stukje zee langs hun kuststrook. De rest van de wereldzeen was vrij gebied waar geen wetten zouden gelden. Dit werden de zogenaamde ‘internationale wateren’. Het zou nog lang duren maar uiteindelijk werd het Mare Liberum in de hele wereld een feit.

 

Sindsdien kennen we de term ‘internationale’ wateren. Deze bestaan uit het grootste gedeelte van de wereldzeen waar dus geen nationale wetten gelden. Tot op zekere hoogte kan iedereen daar doen en laten wat hij/zij wil. Daar maakten bijvoorbeeld in de jaren twintig van de vorige eeuw Amerikaanse gokbazen al gebruik van toen zij hun casino’s moesten sluiten. Er werden schepen ingericht als casino en verankerd voor de Amerikaanse kust in internationale wateren. Wettelijk niets tegen te doen. Op deze schepen werden vervolgens ook zenders geplaatst waarmee non-stop muziek werd uitgezonden zodat er overal aan boord muzikaal vermaak was voor de goklustigen. Deze zenders waren ook op het vaste land nog te ontvangen. En het waren avonturistisch ingestelde zakenmensen uit Denemarken die het Mare Liberum ontdekten als middel om de starre overheids omroep te kunnen beconcureren. En zo startte in 1959 ‘s werelds eerste zeezender, Radio Mercur, vanaf een schip in internationale wateren voor de kust van Kopenhagen. Een zender die al gauw navolging kreeg in Scandinavië. En het fenomeen waaide over naar Nederland (1960 Radio Veronica) en België. (1962 Radio Antwerpen/Uilenspiegel). Het duurde nog even maar toen volgde ook Engeland (1964 Radio Caroline) en daar was al gauw het hek van de dam. Het Verenigd Koninkrijk kende tussen 1964 en 1968 minstens 15 radiostations die uitzonden vanuit internationale wateren. En toen in 1974 Nederland als laatste in NW-Europa een anti-zeezenderwet invoerde konden Radio MiAmigo en Radio Caroline toch doorgaan dankzij het Mare Liberum. Want hoe moeilijk het ook werd, wettelijk konden de zeezenders alleen aangepakt worden zodra hun activiteiten niet in internationale wateren plaatsvonden. 

 

Hugo de Groot was dus indirect verantwoordelijk voor de aanwezigheid van zeezenders die op hun beurt een grote invloed hadden op de ontwikkeling van de mediasituatie in Europa. Het duurt niet lang of het is weer augustus, traditioneel de maand dat de oude zeezender freaks de radiostations van toen herdenken. In Delft, de geboorteplaats van Hugo de Groot, staat op de Markt een standbeeld van hem. Misschien moeten die freaks daar dan maar eens een krans gaan leggen.

 

 

 

 

INVICTA

——————————————————————————

Free Radio Magazine (3)

Er kwamen nogal wat reacties op de artikelen over het Free Radio Magazine. Daarom nu voor de derde en laatste maal dit onderwerp. In dit geval de FRM van juni 1979 toen het blad (met nietjes) nog niet zijn meest professionele uiterlijk had. Op de voorkant een illustratie van het zendschip 'mv MiAmigo' waarvandaan sinds een tijdje weer programma's kwamen van Caroline, overdags de Nederlandse en s'avonds en 's nachts de Engelse uitzendingen met LP-muziek. In deze uitgave uitgebreide artikelen over Radio Caroline, Radio Delmare, de Duitse piraat Radio Monza en over een experiment van de locale omroep STAD die vier dagen televisie uitzendingen mocht doen via de Amsterdamse kabel. En dat was toen nog een unicium. Uiteraard verder veel nieuws over de landpiraten in Nederland. En de uitslag van de populariteispoll: nummer 1 bij binenlands- en buitenlands radiostation is Caroline, best dj NL is Lex Harding en buitenland Wolfman Jack, beste programma de Top 40. Zonder verder commentaar hieronder een paar scans uit deze FRM.

ScannedImage 


ScannedImage 

ScannedImage 

ScannedImage 

Free Radio Magazine (2)

Marex 

In deel 1 van deze serie over het Free Radio Magazine beschreef ik globaal de historie van het blad en hoe populair het werd. We kunnen wel stellen dat het een zeer belangrijke rol heeft gespeeld bij de beschrijving van het fenomeen etherpiraterij in met name de tachtiger jaren. Zelf heb ik er een abonnement op gehad van 1975-1988 en heb vrijwel alle exemplaren uit die periode bewaard. Dat zijn dus een paar dozen vol. Voor deze blog FRM deel 2 heb ik een uitgave tevoorschijn gehaald uit de begintijd. Het is het Marex blad van oktober 1975 dat toen dus de naam Free Radio Magazine nog als toevoeging had. Bovenstaand de voorkant. Overigens kostte het lidmaatschap toen 15 gulden per jaar en daarvoor kreeg je dus iedere maand het blad toegestuurd.

 

In deze Marex van inmiddels 36 jaar geleden staan nog geen afbeeldingen of foto’s en de berichten over landpiraten zijn nog niet zo uitgebreid als later het geval zal zijn. Wat dan wel ? Enkele korte artikelen over zeezenders en over het het voormalig Veronica zendschip Norderney dat toen in Amsterdam lag. Veel info over legale radioamateurs en het behalen van de C en D machtiging daarvoor. Ook een artikel over Radio Domino, de ziekenomroep van Amsterdam en een technische rubriek (over AM-raam-antennes en het schoonhouden van de koppen van een casetterecorder!!).  

 

Ook een ledenadvertentie die mij alsnog inzicht geeft in iets dat bij insiders bekend zal zijn geweest maar niet bij mij. We kennen allemaal wel Ruud Hendriks, voormalig journalist en radio- en tv presentator en inmiddels al jaren mediaondernemer (en als topman van Endemol multimiljonair geworden). Ruud begon zijn loopbaan als deejay bij de Amsterdamse piraat Radio Unique en de zeezenders MiAmigo en Caroline. Hij deed zijn programma’s onder het synoniem Rob Hudson en ik heb me nooit afgevraagd hoe hij aan die dj-naam kwam maar begreep het meteen toen ik genoemde advertentie uit oktober 1975 weer zag waarin Ruud vraagt om zeezenderartikelen. Hij plaatst deze annonce onder zijn eigen naam en men kan reageren naar zijn huisadres: Hudsonstraat 115-3 Amsterdam-W.

 

En dan nog een paar artikelen over landpiraten waaronder die op de kortegolf.  En daarbij ook een uitgebreid verhaal over Radio Marex zelf en een ander Amsterdams station, Radio Capital. Dat artikel vind je hieronder.

 

Marex-2 

Free Radio Magazine (1)

FRM april 1982 
 
 
Iedereen die vroeger wel eens te maken heeft gehad met de etherpiraterij zal het Free Radio Magazine kennen. Dit blad, kortweg FRM genoemd, was zo’n beetje de maandelijkse bijbel voor de mensen in het illegale radiowereldje en vanaf einde zeventiger jaren met name voor de landpiraterij. Dat laatste is een fenomeen waaruit het FRM is ontstaan. In het begin van de jaren zeventig waren er al landpiraten maar nog niet veel. Eén daarvan was Radio Marex in Amsterdam dat zoals in die tijd gebruikelijk maar een beperkt aantal uren per week uitzond. Ergens in 1973/74 werd het station een keer opgepakt door de overheid en bij de medewerkers ontstond toen het idee om ook een andere manier van communiceren met de luisteraars te beginnen. En zo kwam men op de gedachte om een blaadje uit te gaan geven met wat wetenswaardigheden over het radiostation. Het blaadje kreeg ook de naam Marex en daarbij de toevoeging Free Radio Magazine. Het was in feite niet meer dan wat A4 stencils die aan elkaar waren geniet. In de volgende uitgaven van dit blaadje kwam meer en meer info over andere landpiraten maar ook over zeezenders en DX-en. Ook buiten Amsterdam kwam er meer interesse in het blaadje en de oplage werd groter.

 

Vanaf 1975 zond Radio Marex nog maar sporadisch uit en de mensen achter het station besloten om de nadruk te gaan leggen op het blaadje. Door diverse oorzaken waren er nog al wat radiofreaks in Nederland en Belgie. Het verdwijnen van de zeezenders Veronica, Noordzee en Atlantis in 1974 en het vervolgens door blijven gaan van MiAmigo en Caroline bijvoorbeeld. Dat laatste leverde steeds weer avontuurlijke verhalen op. Bovendien kreeg Veronica in de vorm van de VOO zendtijd als Publieke Omroep en verder waren de landpiraten sterk in opkomst. Allemaal genoeg stof om een maandelijks blad mee te kunnen vullen. Een jaartje later werd besloten om de naam Marex te laten vallen en de toevoeging als eigenlijke naam te gaan gebruiken: Free Radio Magazine. Voor de goede orde: Free Radio was een term die vroeger in Engeland werd gebruikt voor alles op radiogebied dat onafhankelijk was van de overheid, met name zeezenders. In Nederland werd die term nogal eens vertaald in ‘Vrije Radio’ hetgeen natuurlijk een mooie omschrijving is voor zee- en landpiraten. Maar in Engeland werd de term van orgine bedoeld zoals ook de letterlijke vertaling luidt: Gratis Radio. Je hoefde er geen Omroepbijdrage voor te betalen.

 

Het FRM was in de beginjaren dus  een blad waarin nogal wat artikelen stonden over zeezenders, de VOO en andere officiele radiostations zoals Radio Luxemburg. En dat werd dan aangevuld met nieuws van en over landpiraten. Maar naarmate de zeventiger jaren naar het einde liepen werd meer en meer de nadruk gelegd op de laatse categorie zenders. Want de landpiraterij nam een grote vlucht. En zo kwamen er uitgebreide berichten over deze zenders, technische artikelen (hoe bouw ik zelf een zender?) en achtergrond-reportages over deze stations. Omdat het merendeel van deze piraten Nederlandstalige smartlappenzenders waren (zowel op FM als AM) was hiervoor ook veel aandacht. En verder was er dus de vaste DX-rubriek. (DX-en is het beluisteren van en rapporteren over radiostations die over grote afstand zijn te ontvangen, met name dan de kortegolf piraten). Vanaf einde jaren zeventig kwamen de uitgebreide ontvangst lijstjes. Fanatieke luisteraars stuurden lijsten in met piraten die zij ontvangen hadden en daarbij ging het dan met name om de verre afstand waarop je als piraat nog was te ontvangen. In het begin van de jaren tachtig stond ik daar regelmatig met Radio Invicta in, mijn zware zender en hoge zendmast zorgden voor ontvangst op grote afstand. Let wel: met name voor diegenen die gericht luisterden en piraten die met richtantennes hun ‘verbindingen’ deden.

 

 Overigens bestonden veel van de geschreven artikelen in het FRM ook uit informatie die door de lezers werd aangeleverd. Verder waren er dus de stationsreportages en halverwege de jaren tachtig toen wij bezig waren met Delta Radio 90 Nijmegen stond er op een gegeven moment een uitgebreide reportage in het FRM over onze ‘conculega’ Radio Keizerstad . Wij waren stinkend jaloers en éénvan ons belde het FRM met de vraag om ook een reportage over Delta Radio te maken. Maar dat deden ze niet want vanwege de afwisseling werd niet tweemaal achter elkaar een station uit dezelfde plaats uitgelicht. Logisch natuurlijk.

 

Zoals gezegd, in het begin was een uitgave van het FRM eigenlijk een aan elkaar geniet stapeltje A-4 stencils die waren getikt op een typemachine. Al snel werd dat laatste beter aangepakt maar de nietjes bleven. De Marex uitgaven kenden alleen tekst maar toen de overgang naar Free Radio Magazine een feit was kwamen er meer en meer afbeeldingen en foto’s. En naarmate de zeventiger jaren vorderden werd het aantal pagina’s uitgebreid en begon het blad er steeds profesioneler uit te zien. Begin jaren tachtig kwam dan de ‘finishing touch’. Het blad kreeg een glossy uiterlijk. Geen nietjes meer maar een professioneel uitgevoerd en gedrukt blad dat op degelijke wijze berichtte over dat speciale gedeelte van het radiowereldje. Veel afbeeldingen en foto’s ook. De ontvangstlijstjes en technische rubriek waren belangrijk en behalve radio was er nu ook aandacht voor de tv-piraten die waren begonnen. Er waren reportages over zowel smartlappenzenders als professionele landpiraten en ook over Belgische radiostations want bij onze zuiderburen was de vrije radio situatie in alle hevigheid losgebarsten. Als aanvulling dan ook nieuws over zeezenders (in die tijd Monique, Caroline en Laser) en alle andere vormen van radio. Het blad verscheen 11 keer per jaar en was er nu ook in de losse verkoop. Het was de toptijd van de landpiraterij en dat weerspiegelde zich in de oplage.

 

De mensen achter het Free Radio Magazine waren Jose Herps en Alfred Debels. Jose was formeel de uitgever en was er professioneel mee bezig, zij kon er haar ‘living’ van maken. Toen het FRM begon moest het gedrukt worden en Alfred schafte een stencilmachine aan, later een drukpersje. Maar daarop kun je natuurlijk ook andere zaken drukken en zo begon Alfred met een drukkerijtje. Veel van zijn klanten in de eerste jaren kwamen uit de radiohoek. En zo zijn de QSL-kaarten voor mijn Radio Invicta ook gemaakt door Alfred. Als je op deze weblog helemaal naar boven scrolled zie je rechtsboven (naast de foto van John Lennon) hoe die er uit zag. Eind 1987 besloot Jose om er mee te stoppen en verkocht het FRM aan Jeroen van Baaren. Hij was later één van de eigenaren van het televsiebedrijf  625 TV-Produkties en was jarenlang getrouwd met tv-presentatrice Anita Witzier. Jeroen maakte van het FRM een nog veel professioneler blad dat echter een beetje de band met het uitganspunt begon te verliezen. Veel lezers haakten af en feitelijk was het blad al in de loop van 1988 verdwenen. Een afgeleide van het FRM zou nog tot 1990 bestaan.

 

Bekijk ook op deze weblog deel 2 over het FRM en daarin ook aandacht voor een uitgave uit de begintijd toen het nog Marex heette.

 

 

 

 

 

 

INVICTA

————————————————————————–

Radio dicht bij huis

Radiofm_logoLokale Radio. Ik heb er nooit veel mee gehad. Organisatorisch een gedrocht, te veel regels en financieel bijna niet mogelijk. En meestal te kleinschalig. Toch was ik er ver voor het echt begon al eens mee bezig. Het was 1981 en bij Radio Invicta brachten we ook regionaal/lokaal nieuws. De OLON (overkoepelend orgaan voor de lokale omroepen) bestond al, of heette het toen anders ? In ieder geval liet ik mij daar registreren als de gegadigde voor de lokale omroep in de gemeenten Valburg en Elst. Werd door de OLON op de hoogte gehouden en moest hen info geven over mijn plannen. Maar ik heb het later laten versloffen want de hoogtijdagen van de piraterij kwamen er aan en dat was veel interessanter. Let wel, in 1981 was lokale radio in Nederland nog niet toegestaan, dat kwam pas enkele jaren later en dan nog alleen via de kabel. Lokale omroepen met etherfrequenties kennen we pas sinds 1989. 

 

We hebben twee soorten lokale omroepen: de publieke en de commerciele. Omdat het moeilijk is om de plaatselijke bakker of slager te bewegen voor een behoorlijk tarief bij jouw omroep te adverteren blijven de inkomsten van deze zenders zeer beperkt. En dat maakt dat steeds meer commerciele lokale omroepen afvallen en de publieke overblijven. Daar moet het geld dan gedeeltelijk via gemeentelijke subsidies komen hetgeen nooit een ideale situatie is. Erg groot zijn die subsisides meestal ook niet en dus is het sappelen. Dat geld is trouwens een ander verhaal dus even een zijsprongetje.

 

Vlak na de Tweede Wereldoorlog bedacht de regering dat we allemaal mee moesten gaan betalen aan de omroep, toen nog alleen landelijke Publieke Omroep met eerst één en later twee radiozenders. En zo werd een ieder verplicht Luistergeld te betalen. Dat was dus voor het in bezit hebben van een radiotoestel en ik heb de tijd nog gekend dat derhalve ook Luisterbijdrage moest worden betaald voor een autoradio. Later kregen we televisie en daarvoor ging hetzelfde gelden en toen hadden we het over Kijk- en Luistergeld, nog weer later omgedoopt tot Omroepbijdrage. In 2001 werd deze Omroepbijdrage afgeschaft maar dat was eigenlijk maar nep. De Omroepbijdrage bracht ieder jaar een paar honderd miljoen guldens op en dat geld lieten de Publieke Omroepen natuurlijk niet liggen. De belastingen werden gewoon verhoogd en zo gingen we met zijn allen op die manier Omroepbijdrage betalen. De gemeenten in Nederland krijgen ook een gedeelte van dat geld o.a. om zo de plaatselijke lokale omroep een subsidie te kunnen geven. Per huishouden ontvangt een gemeente een bijdrage van Eur. 1,30 per jaar. Ik woon in een gemeente met 120.000 inwoners dus dat zijn pakweg 40.000 huishoudens. Mijn gemeente ontvangt dus op jaarbasis meer dan Eur. 50.000,– uit de belasting/omroep pot. Ze zouden dit dus allemaal aan de lokale omroep kunnen geven maar dat gebeurt niet.

 

We zijn inmiddels in de jaren gekomen dat het economisch wat minder gaat, zeker met het huishoudboekje van de Nederlandse staat, en daar moet worden bezuinigd. Derhalve gaf de regering aan dat allerlei instanties waaronder de Publieke Omroep minder geld van de overheid zullen gaan krijgen. Dat gaf een hoop gekrakeel maar inmiddels hebben de Publieke Omroepen aangegeven dat ze een bezuinigingsplan gaan maken. Maar………..wat heeft men inmiddels heel listig bedacht: de Omroepbijdrage zou eigenlijk weer moeten worden ingevoerd. Wat je met de ene hand geeft (bezuiniging) neem je zo dus met de andere terug. Over kosten gesproken: je zou je natuurlijk ook kunnen afvragen of de Publieke Omroep eigenlijk wel drie televisiezenders, zes radiostations, 12 digitale televisiezenders en 30 digitale radiozenders (een gedeelte zit nog in de planning) nodig heeft.

 

Terug dan weer naar de locale radiozenders. Toen deze vorm van radio begin jaren negentig begon los te barsten doken veel ex-piraten er in. Maar al gauw kwamen de meesten tot de conclusie dat het allemaal wel erg kleinschalig was en dat deze vorm van radio bij lange na niet de impact had van de grote piraten in de jaren tachtig. Inmiddels zijn de meeste locale omroepen terug gevallen naar een treurig bestaan. Overdags horen we non-stop muziek vanaf de computer volgens een wat algemeen (en vaak onduidelijk) format. Daar tussendoor af en toe locaal nieuws waarbij de nadruk ligt op agendaberichten. In de avond en het weekend  zijn er dan wat programma’s van goedbedoelende mensen maar alles bij elkaar is het niet echt lekker beluisterbaar. Daarbij moet je bedenken dat je concureert met een gigantisch scala aan andere radiostations waaronder de grote landelijke professionele. Enkele locale omroepen programmeren dan veel meer naar de geest van de wet en brengen veel programma’s voor de verschillende doelgroepen in de gemeente. Eigenlijk prima maar de gemiddelde luisteraar is er niet in geinteresseerd en stemt maar weer af op de landelijke muziekzenders of op Radio 1.

 

Echte goede locale radio zou dus moeten beginnen met een goed muziekformat en de hele dag live-programma’s met goede jocks. Maar die zijn er maar beperkt en kunnen overal terecht dus komen maar zo niet bij jouw locale omroep. Je moet ze dus eigenlijk binnenhalen met een fraai geldbedrag maar dat is er nou éénmaal niet. En zo blijft je omroepje dus in de problemen zitten. Toch zijn er her en der nog locale omroepen die goed georganiseerd zijn en groot zendgebied hebben (meerdere gemeenten) en daarbij een aantrekkelijke programmering kunnen maken.

 

In de tweede helft van de jaren negentig kwam er ook ruimte voor regionale commerciele omroepen. De overheid en Publieke Omroepen hadden 50 jaar lang met succes andere dan Publieke Omroep tegenhouden met ondermeer als argument dat er geen etherfrequenties beschikbaar waren. En toen dat wettelijk niet meer tegen te houden was  kwamen die frequenties bij bosjes uit de hemel vallen: landelijke, lokale en regionale. Er was ons 50 jaar lang een hoop wijsgemaakt. Je zou denken dat regionale zenders een veel betere mogelijkheid van bestaan hebben dan locale maar dat valt tegen. Ook hier is het vechten voor de overleving. Vaak is ook de financiering weer de oorzaak want heel ironisch moeten ook de regionalen het voor een gedeelte hebben van die slecht betalende bakker van enkele alinea’s terug. En dat weerspiegelt zich in wat je op de radio hoort. Veel non-stop muziek en weinig opzienbarende programma’s. Het resultaat is er naar. Veel regionale radiobazen zullen met angst en beven iedere twee maanden de luistercijfers bekijken. De meeste van deze zenders scoren in hun eigen regio nog niet eens 1% en bungelen daarmee helemaal onderin de lijstjes. De landelijke concurenten doen het dus veel beter en een aantal van deze landelijke zenders scoren dan in jouw regio 10-15%. Er zijn regionale zenders die maar helemaal niet mee doen aan de luisteronderzoeken. Je moet er voor betalen en krijgt er alleen maar teleurstellende cijfers voor terug. Maar ja, je hebt dan helemaal niets meer om mee aan te komen bij (potentiele) adverteerders.

 

Uiteindelijk gaat het ook bij de commerciele regionale omroepen om datgene wat je uitzendt en daar gaat het vaak fout. Om te beginnen moet je niet proberen exact hetzelfde te doen als de landelijke zenders en al helemaal zorgen dat je geen slap aftreksel daarvan bent.  Je moet eerst een heel duidelijk muziekformat gaan uitdenken. Veel radiostations besteden veel tijd en geld aan prachtige, bijna futuristische studio’s maar vergeten om serieus bezig te zijn met het format. Jongeren, ouderen, wat is je publiek ? Vergeet niet dat de meeste van je concurenten zich richten tot de leeftijdsgroep 15-45 jaar. Wil je dat ook doen dan heb je gigantische concurentie en moet je een wel verdomd goed format maken om goed te kunnen scoren. Maar in ieder geval moet je format altijd duidelijk en strak zijn en je moet er altijd mee bezig blijven. Inhaken op de omstandigheden.  Verder moet de jukebox (non-stop computer) overdags de deur uit want daarmee ben je bij voorbaat al verloren. Personality Radio, daar gaat het om. Je moet dus een aantal goede jocks hebben die live draaien, professioneel klinken en tussen de muziek door ook op onderhoudende wijze over zaken in de regio kunnen vertellen. Eventueel op losse wijze tussendoor de regio-info brengen dan kunnen die gekunstelde blokjes ook de deur uit. En ik zei het al: niet hetzelfde doen als de grote jongens dus je moet je onderscheiden. Bijvoorbeeld: staan er in jouw regio iedere dag files dan ga je daar regelmatig tussen staan. Met een auto die helemaal is volgeplakt met de naam van je station. De ‘vliegende reporter’ geeft live-verslag en hangt met de microfoon uit het raam om met met de automobilisten een praatje te maken. Leuk voor de luisteraar en al de automobilisten om je heen zoeken op de autoradio meteen naar jouw station. Het is maar een voorbeeld maar zo zijn er veel meer zaken te bedenken waarmee je onderscheidend wordt van andere zenders. En dus interessanter voor de luisteraar.

 

Ik hoor het de radiobazen al verzuchten: “Dat kost veel werk en geld”. Nou, veel werk is geen argument. Er bestaat niet één bedrijf dat groot is geworden met een 9-5 mentaliteit. En wat betreft dat geld: er gaat het nodige om in dit wereldje, het ligt er maar aan hoe je het besteedt. Die luisteraar hoort het echt niet of je programma vanuit een supermoderne, peperdure studio komt of vanuit een simpele die veel goedkoper is. Maar diezelfde luisteraar hoort het wel of je station leuk klinkt of niet zo leuk is. En wat is in deze tijd het alternatief als je niet op een serieuze radiomanier bezig bent met je zender ? Dat je onderaan in die lijstjes met luistercijfers blijft bungelen. 

 

 

 

 

 

 

 

INVICTA

——————————————————————–

Radio Andorra (2)

Alogo5s

In Nederland hebben we pas heel laat een wettelijke situatie gekregen waarin het mogelijk werd om op een private manier radio te maken. Private radiostations dus die veelal op commerciele basis worden gerund. Formeel is dit pas vanaf mei 1992 toegestaan en tot die tijd was radiomaken (en tevens televisie) louter toegestaan aan de Publieke Omroepen. Veel mensen konden niet met zo’n situatie leven en pleitten destijds voor alternatieven voor de Publieke Omroep. En omdat dit wettelijk niet te realiseren bleek resulteerde dat in het feit dat ondernemende mensen en organisaties via omwegen die alternatieven gingen zoeken. Op Sinterklaasdag 1953 startten de Nederlandstalige programma’s op Radio Luxemburg, later kregen we de zeezenders en nog weer later de landpiraten. Allemaal met als resultaat leuke muziekradio die populair werd in ons land. En de creatievelingen onder ons bleven zoeken naar meer mogelijkheden. Daarbij behoorde dan ook Radio Andorra. Dat was een commerciele zender en men was daar best wel bereid zendtijd te verhuren. Money talks.

 

De eerste keer dat zoiets ter sprake kwam was eind 1974. Enige maanden daarvoor was in Nederland de anti-zeezenderwet in werking getreden met als bedoeling dat de radiostations vanaf de Noordzee voorgoed hun uitzendingen zouden staken. Op 31 augustus 1974 stopten inderdaad Veronica, Noordzee en Atlantis maar MiAmigo ging door. Bij Radio Noordzee gaven ze definitief de pijp aan Maarten maar Veronica probeerde als Publieke Omroep het bestel binnen te komen. En bij Radio Atlantis werd in de laatste dagen van het bestaan in de programma’s geroepen: “Wij komen terug ! ”. En inderdaad leek het erop dat dit zou gebeuren. Een aantal mensen van de Vlaamse en Engelse service van Radio Atlantis startten met een initiatief dat financieel werd ondersteund door voormalig Atlantis baas Adriaan Van Landschoot. De bedoeling was om vanaf de verlaten vuurtoren Gunfleet Tower in de Noordzee bij Engeland een radiostation op te starten dat overigens de naam Radio Dolphin zou krijgen. Maar de Engelse overheid kreeg er lucht van en nam nog voordat er een minuut was uitgezonden, in november 1974 alle inmiddels aanwezige apparatuur op Gunfleet Tower in beslag. Het hele project was meteen voorbij.

 

Vervolgens bedacht een aantal mensen van de Vlaamse Atlantis afdeling onder leiding van deejay Frank van Leeuwen het plan om zendtijd te huren in Andorra. Het fantastische plan bestond er uit dat in Andorra een middengolf zender van maar liefst 1200 Kilowatt zou komen die dus in half Europa te ontvangen zou zijn. De programma’s zouden in het Nederlands, Engels en Frans worden gebracht en men zou begin 1975 starten. Financier was de Belgische zakenman Tony Neefs en er werden al de nodige radiomensen aangenomen en studio’s gebouwd want de programma’s zouden worden opgenomen in Nederland, Belgiè en Engeland. Maar na een tijdje werd toch duidelijk dat het opzetten van zo’n zware middengolf zender organisatorisch en politiek een te grote klus was en dat de financieele onderbouwing ook niet best was. Frank van Leeuwen riep toen nog dat het dan maar via de kortegolf van Andorra moest maar dat nam al niemand serieus meer. Het hele plan bleef niet meer dan een mooie droom.

 

Een jaartje later, in december 1975, waren er dan ineens testuitzendingen te horen via de kortegolfzender van Radio Andorra. Non-stop popmuziek met Nederlandstalige promo’s. Net zo onverwacht als ze er waren, verdwenen ze ook weer maar in het voorjaar van 1976 kwam er dan toch een definitief vervolg. Eveneens redelijk onverwacht startten op 28 maart 1976 de Nederlandse uitzendingen van Radio Andorra in de 49-meter band op 6230 khz. Naast non-stop muziek waren er programma’s die werden gepresenteerd door een bekende jock: Bert Bennet. Deze Twentse radiomaker was in 1972 begonnen bij zeezender Caroline, had daarna bij Atlantis gezeten en vervolgens bij MiAmigo. Na het ingaan van de anti-zeezenderwet was Bert Bennet één van de mensen die voor MiAmigo programma’s ging maken in de studio’s in het Spaanse Playa de Aro en werd daarmee een bekende naam voor veel radioluisteraars. Maar begin 1976 was Bert plotseling weg gegaan bij MiAmigo en terug gekomen naar Nederland en bleek dus enige tijd daarna bij Radio Andorra te zitten. De programma’s van deze Nederlandse service werden uitgezonden op zondag en door Bert opgenomen in Nederland. De uitzendtijd was van 08.00-16.00 uur en na verloop van tijd zag de programmering er als volgt uit: van 08.00-11.00 non-stop, van 11-12 de Tipparade, dan van 12-14 de Flashbackshow (oldies) en tot slot van 14-16 de Top 40. Vrijwel alle programma’s werden gepresenteerd door Bert Bennet en maar sporadisch was er een andere jock.

 

De zendtijd in Andorra werd formeel gehuurd door de daarvoor opgerichte firma EMA (Editions Musicales Andorra) en de naam van het station was formeel Radio Andorra International. Het was dus allemaal te beluisteren via de kortegolf maar had in Nederland niet zo’n beste ontvangst. Ik herinner me dat ik het wel eens heb gehoord maar niet vaak en erg in de fading. In ieder geval werd er wel vrijwel iedere zondag uitgezonden en op 2 januari 1977 was er de Top 100 van 1976. Wederom in de presentatie van Bert. Ook in de maanden daarna waren er op zondag de Nederlandse uitzendingen van Radio Andorra maar ergens in 1977 werden deze gestaakt. Niet duidelijk is wanneer precies. Het beperkte aantal luisteraars en daarmee de slechte commercixebele mogelijkheden zullen er debet aan zijn geweest. En dan was er in die tijd nog een ander Nederlands Andorra verhaal.

 

World Music Radio was een kortegolf piraat die iedere zondag uitzond in de jaren 1972/73. De initatiefnemer was Theo Verstraeten. Deze Brabantse radiofanaat vond destijds dat er geen goede muziekpiraten op de kortegolf waren en besloot er zelf mee te beginnen. Aangezien Theo technisch ingenieur was bouwde hij een kortegolf zender en startte ergens in 1972 met World Music Radio. Uitgezonden werd in de 49-meter band met Nederlandse programma’s en WMR werd populair. Dat wil zeggen: bij het kleine groepje radiofanaten dat iedere zondag aan het toestel zat te draaien op zoek naar piraten. WMR kreeg veel post, had een eigen fanclub met een blad en er verscheen zelfs een singletje over WMR. Het postadres was overigens in St. Helens. De frequentie waar op werd uitgezonden was 6250 khz. Maar op 19 augustus 1973 werd het station opgepakt en was de pret voorbij. Theo wilde nog wel graag doorgaan maar het piratengebeuren was voor hem verleden tijd geworden en hij zocht dus naar een legale manier van uitzenden. Deze zoektocht zou nog jaren duren maar uiteindelijk kwam WMR op 28 augustus 1976 terug via de kortegolf van Radio Andorra 6230 khz. Daar waren dus al op zondag de Nederlandse programma’s met Bert Bennet te beluisteren en kwamen toen op zaterdag tussen 08.00-16.00 de programma’s van World Music Radio. Dit gebeurde wel in samenweking met een andere voormalig kortegolfpiraat, ABC-Europe. Programmamakers waren Theo Verstraeten zelf en verder Lee Alvin (uit Engeland), Paul Dane (uit Denemarken) en de Nederlandse deejays Danny Thomas en Rob Ronder. Deze laatste was in de zomer van 1974 jock geweest bij zeezender Atlantis en had in het voorjaar van 1975 nog even bij Radio MiAmigo gezeten.

 

De programma’s van WMR zaten goed in elkaar met voornamenlijk muziek maar eerlijkheidshalve moet ik melden dat ze maar gedeeltelijk in het Nederlands werden gebracht en voor de rest in het Engels. De jocks maakten de programma’s in hun thuisstudio’s en de tapes werden vervolgens naar Andorra gestuurd waar ze dus op zaterdag werden afgedraaid via de kortegolf. Helaas werd al gauw de huur van de zender een probleem. In het begin betaalden de jocks de kosten gezamenlijk maar dat was niet lang op te brengen. De Amsterdamse tapijthandelaar Peter Sanders werd gevonden als financier voor het project en er zouden grote adverteerders komen. En inderdaad waren er reclamespots te horen van platenmaatschappij K-Tell voor hun verzamel-elpee’s. Maar zowel Sanders als de adverteerders hebben niet veel bijgedragen want al na drie maanden moest WMR weer stoppen wegens geldgebrek. En zo kwam eind 1976 al snel weer een einde aan een mooi radioavontuur.

 

Ik schreef het al: de ontvangst van Radio Andorra was hier in Nederland niet zo best en kortegolf luisteren was maar voor een klein groepje geinteresseerden. Daardoor konden deze projecten geen commercieel succes worden en konden de initiatiefnemers het niet volhouden. Tot slot was er in 1980 dan nog kortstondig een programma van één uur op de zondagavond dat half Nederlands en half Engels was en werd gepresenteerd door Frank Dane. Maar daarmee was het laatste stukje Nederlandse radio via Andorra dan ook wel voorbij. Al met al een onderdeel van de radiogeschiedenis dat niet veel mensen zullen kennen en zeker niet veel mensen hebben gehoord.  

 

 

 

 

 

 

 

INVICTA

———————————————————–

Radio Andorra (1)

Aphoto2Is het geen plaatje deze zendmast ? Radiofreaks zijn ook altijd een beetje ‘masten freaks’. Toen we in vroeger tijden nog geen internet hadden waren radiostations over grote afstand alleen te beluisteren als er een combinatie was van een zware zender en een grote zendmast. En dan hebben we het over middengolf en kortegolf zenders. En zo staan zulke zendmasten symbool voor kracht en het kunnen bereiken van een groot luisterpubliek. De mast hiernaast stond destijds in het plaatsje Encamp in de Pyreneeën op 2600 meter hoogte. Dit alles in het staatje Andorra. De mast werd gebruikt voor de kortegolf zender van Radio Andorra en hiermee knalde men door Europa en gedeelten van Afrika en Azië.

 

Radio Andorra begon in 1939 met veelal Franstalige programma’s. In de Tweede Wereldoorlog was Andorra neutraal en daardoor niet bezet door Duitsland en zo bleef het station uitzenden zonder censuur van de nazi’s. Deze hadden een groot gedeelte van Frankrijk bezet maar hielden wel de zender in Andorra scherp in de gaten omdat zij daar geen anti Duitse propaganda tolereerden. De rest van Frankrijk bleef semie-onafhankelijk (Vichy Frankrijk) maar voelde zich dermate gedwongen met de Duitsers samen te werken, dat ook vandaar richting Andorra druk werd uitgeoefend om geen informatie over de oorlog en de geallieerden op de zender te brengen. En zo beperkte Radio Andorra zich tussen 1940 en 1944 tot louter onschuldig amusement. Muziek en (niet politiek) cabaret. Opvallend genoeg ook regelmatig jazz-muziek. Die werd eigenlijk door de Duitsers niet gepruimpt omdat jazz-muziek veelal werd gemaakt door zwarte muzikanten.

 

Na de oorlog kwamen er weer reguliere programma’s op Radio Andorra dat uitzond in de Franse taal op middengolf maar ook op korte- en langegolf. Allemaal goed te ontvangen in Zuid- en Midden Frankrijk en daardoor een doorn in het oog van de Franse overheid. De amusementszender van de kleine ‘onderbuur’ was een grote concurentie voor de Franse radiostations die eigenlijk als staatszender konden worden beschouwd. De Fransen probeerden dan ook Radio Andorra in te lijven maar daar ging men in het bergstaatje niet op in. Dat zette steeds meer kwaad bloed in Frankrijk en men begon de uitzendingen regelmatig te ‘jammen’ hetgeen de mensen in Andorra alleen maar feller maakte. Voor hen werd het een soort nationalistische strijd tegen de grote boze boven-buurman: David tegen Goliath. Het is nu bijna niet te geloven maar in de loop van de jaren vijftig liep de strijd om Radio Andorra zo hoog op dat Frankrijk de grens met Andorra sloot. Dit land was op dat moment alleen nog te bereiken vanuit Spanje. Er is vervolgens heel wat diplomatieke strijd nodig geweest om het conflict op te lossen en uiteraard bleef Andorra zijn radiostation zelf exploiteren. Maar wel kreeg een Franse organisatie een vergunning om met een tweede radiostation te beginnen vanuit Andorra. Dit station kreeg de naam Radio Sud.

 

Vanaf de jaren zestig ging Radio Andorra nauw samenwerken met Radio Luxemburg. Deze commerciele radio-onderneming zond Franstalige programma’s uit op de lange golf en richtte zich daarmee met name op Frankrijk. Maar de zender in het groothertogdom had niet zo’n beste ontvangst in het zuiden van Frankrijk en zo ontstond de samenwerking met Radio Andorra die wel in het zuiden van Frankrijk een goede ontvangst had. Op beide zenders werden voor een gedeelte dezelfde programma’s uitgezonden. Radio Andorra werd populair met een mix van lichte informatie en muziek. Dat laatste was zeer uitéénlopend: chansons, jazz, licht klassiek tot zelfs opera’s. Tot ver in de zeventiger jaren deed Radio Andorra het heel goed in Frankrijk en had ook nog een etherfrequentie met Spaanstalige programma’s. Vanaf einde jaren zeventig liep de populariteit van het station terug, dit ten gunste van Radio Sud dat zich meer op de jeugd richtte.  Op 9 april 1981 werden de uitzendingen van Radio Andorra gestaakt en ging men samenwerken met Radio Sud. Uiteindelijk hadden de Fransen toch gewonnen. Tegenwoordig zendt Radio Sud uit via verschillende FM-frequenties in Frankrijk. 

 

Al met al toch wel een interessant radioverhaal al heb ik zelf nooit veel naar Radio Andorra geluisterd. Als ik destijds af en toe over de kortegolf zat te draaien bleef ik wel eens even hangen bij deze zender maar die Franse programmering was ook voor mij niet bijster interessant. Toch zit er nog een onderdeel in de Radio Andorra geschiedenis dat de moeite waard is want een tijdje waren er Nederlandstalige uitzendingen. Dat is een aardig verhaal en zal ik beschrijven in deel 2.

 

 

 

 

 

 

INVICTA

——————————————————————–

Dramatiek

 

RollingStonesTongueLogoDe familie Sessler was een zeer gerespecteerde familie in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Woonachtig in Polen in het stadje Krakow dat we tegenwoordig kennen als de bruisende studentenstad Krakau. De joodse familie Sessler had een fraai huis met landerijen. Opa was de leider van de joodse gemeenschap in Krakow. Als op een dag in 1939 een zigeunerin langskomt die waarzegster is wil de familie wel wat meer weten over hun toekomst. De waarzegster voorspelt dat de hele familie een noodlot zal ondergaan en slechts twee van hen dit zullen overleven waarbij één van die twee naar het oosten zal gaan, naar Siberie. Niet veel later, in september 1939, vallen de Duitsers Polen binnen, de Tweede Wereldoorlog is begonnen. Als de nazi’s Krakow innemen stellen ze een voorbeeld en opa wordt na helse martelingen voor het oog van zijn eigen familie op straat doodgeschoten. De rest van de familie wordt met vele anderen naar een werkkamp gestuurd, de voorloper van de concentratiekampen.

De 15-jarige Freddie Sessler weet uit dit kamp te ontsnappen richting het oosten en wordt na vele ontberingen opgepakt door het Rode Leger van Stalin. En wordt vervolgens verbannen naar de goelag, een werkkamp in….Siberie. Als in 1941 Rusland ook in oorlog komt met Duitsland wordt Freddie vrijgelaten. Na de nodige omzwervingen komt hij terecht bij het Poolse leger dat zich in Rusland heeft gehergroepeerd. Dit leger wordt door de Russen gedwongen om in de frontlinie mee te vechten tegen de troepen van Hitler en zo vanaf 1944 het westen te bevrijden. De nog jonge Freddie overleeft de meest vreselijke dingen: ziektes, kou, veldslagen. Ziet letterlijk honderden mannen om zich heen sneuvelen in een vreselijke oorlog. Als Freddie na de oorlog terugkomt in Polen blijkt vrijwel zijn hele familie te zijn omgekomen in de concentratiekampen, alleen zijn broer Siegi heeft de oorlog overleefd. Hij studeerde in Parijs toen de nazi’s Polen binnen vielen en wist naar Engeland te komen. Op een griezelige manier komt de voorspelling van de zigeunerin uit.

 

De beide broers blijven niet lang in Polen en vertrekken naar Engeland waar ze succesvol worden. Siegi opent er een restaurant en later in Londen een chique nachtclub. Daar is de elite vaak te gast en er komen bekende artiesten. Zo komt Freddie ook met deze mensen in contact en belandt bijvoorbeeld op feesten van Marylin Monroe. Freddie is zakenman en zet regelmatig in Engeland en Amerika allerlei bedrijven op zoals een zeer succesvolle in kantoorartikelen. Maar er zit nogal wat wisselend succes in de zaken en zo komt het dat Freddie een paar keer millionair wordt en een paar keer totaal failliet gaat.

 

Begin jaren zeventig wordt Freddie eigenaar van een paar apotheken in de U.S.A. Het is de tijd dat drugs een grote rol zijn gaan spelen in het leven van veel jongeren en de inmiddels al wat oudere Freddie is er ook niet vies van. Maar hij heeft wel een afkeer van de drugs die op straat worden verkocht, die vaak versneden zijn en van slechte kwaliteit. Via bevriende artsen regelt hij recepten en kan zo middels zijn eigen apotheken moeiteloos aan cocaine en andere drugs komen, maar dan wel het pure spul. Uitstekende kwaliteit. En zo begint Freddie een levendige en luccratieve handel in met name cocaine. Ergens in 1972 ontmoet Freddie gitarist Keith Richards van The Rolling Stones. Hij biedt hem de perfecte kwaliteit cocaine aan en grootverbruiker Keith zegt geen nee. Zo wordt Freddie de leverancier van The Stones en raakt goed bevriend met Keith Richards. Een vriendschap die trouwens in de groep niet zo goed valt. Zij vinden Freddie een onbehouwen en ongemanierde vent die profiteert van Keith. Deze is het daar niet mee eens hoewel het toch wel eens behoorlijk uit de hand kan lopen. Freddie legt het steevast aan met vele van de Stones groupies, vaak veel te jonge meisjes voor zijn leeftijd en hij is grootverbruiker van drugs. Tijdens de Big Ugly Tour, de wereldtoernee van The Stones in 1972, doet de groep ook Chicago aan. En daar doet zich een befaamd geworden gebeurtenis voor. In de hotelkamer van Keith Richards organiseert Freddie Sessler een groot feest waarvoor hij vele jonge meisjes, kilo’s drugs en heel veel drank heeft geregeld. Het loopt allemaal gigantisch uit de hand waarbij Freddie zelf nog wel het ergste tekeer gaat. Als Keith het na vele uren zat wordt vraagt hij Freddie een eind te maken aan de party maar deze negeert het verzoek. Uiteindelijk pakt Keith zijn revolver en schiet tweemaal in de vloer. Alle aanwezigen vluchten in paniek de kamer uit en Keith heeft zijn doel bereikt: de party is voorbij, zijn kamer is leeg.

 

In de jaren die volgen blijft Freddie hangen in de entourage van The Rolling Stones. Ritselt drugs en vrouwen voor hen en haalt samen met Keith de meest rare capriolen uit. Keith noemt hem zijn beste vriend en organiseert op 28 augustus 1999 een gigantisch feest voor hem in een hotel in New Jersey. Ruim een jaar later, op 18 december 2000, overlijdt Freddie Sessler. Zijn leven was een aaneenschakeling van bizarre en soms vreselijke gebeurtenissen. Freddie had niet veel met muziek maar belandde in de wereld van de rockartiesten. Hij was denk ik wel een beetje maf. Zijn oorlogsverleden zal daar mede debet aan zijn geweest en zijn drugsgebruik heeft de rest gedaan.

 

Zomaar een verhaal over zomaar een man. Maar wel een fascinerende man. Er zijn mensen die hun hele leven niets spectaculairs meemaken. Geen avontuur, geen rare dingen, geen living on the edge. Hun leven kabbelt van begin tot eind: beetje studeren, vriendinnetje, baantje, trouwen, hond en kinderen. Het meest avontuurlijke in hun leven is die ene vakantie in Frankrijk of die keer dat ze hun baas eindelijk eens de waarheid hebben gezegd. De conversaties zijn navenant: gaan over de treinen die niet op tijd rijden of wanneer het nou eens mooi weer wordt. En er zijn mensen die een volkomen tegenovergesteld leven leiden. Vol met opmerkelijke gebeurtenissen, avontuur, gevaar. Met de daarbij behorende gigantische hoogtepunten en vreselijke dieptepunten. Mensen zoals Freddie. 

 

 

 

 

 

 

 

INVICTA

——————————————————————————-