Lokale Radio. Ik heb er nooit veel mee gehad. Organisatorisch een gedrocht, te veel regels en financieel bijna niet mogelijk. En meestal te kleinschalig. Toch was ik er ver voor het echt begon al eens mee bezig. Het was 1981 en bij Radio Invicta brachten we ook regionaal/lokaal nieuws. De OLON (overkoepelend orgaan voor de lokale omroepen) bestond al, of heette het toen anders ? In ieder geval liet ik mij daar registreren als de gegadigde voor de lokale omroep in de gemeenten Valburg en Elst. Werd door de OLON op de hoogte gehouden en moest hen info geven over mijn plannen. Maar ik heb het later laten versloffen want de hoogtijdagen van de piraterij kwamen er aan en dat was veel interessanter. Let wel, in 1981 was lokale radio in Nederland nog niet toegestaan, dat kwam pas enkele jaren later en dan nog alleen via de kabel. Lokale omroepen met etherfrequenties kennen we pas sinds 1989.Â
Â
We hebben twee soorten lokale omroepen: de publieke en de commerciele. Omdat het moeilijk is om de plaatselijke bakker of slager te bewegen voor een behoorlijk tarief bij jouw omroep te adverteren blijven de inkomsten van deze zenders zeer beperkt. En dat maakt dat steeds meer commerciele lokale omroepen afvallen en de publieke overblijven. Daar moet het geld dan gedeeltelijk via gemeentelijke subsidies komen hetgeen nooit een ideale situatie is. Erg groot zijn die subsisides meestal ook niet en dus is het sappelen. Dat geld is trouwens een ander verhaal dus even een zijsprongetje.
Â
Vlak na de Tweede Wereldoorlog bedacht de regering dat we allemaal mee moesten gaan betalen aan de omroep, toen nog alleen landelijke Publieke Omroep met eerst één en later twee radiozenders. En zo werd een ieder verplicht Luistergeld te betalen. Dat was dus voor het in bezit hebben van een radiotoestel en ik heb de tijd nog gekend dat derhalve ook Luisterbijdrage moest worden betaald voor een autoradio. Later kregen we televisie en daarvoor ging hetzelfde gelden en toen hadden we het over Kijk- en Luistergeld, nog weer later omgedoopt tot Omroepbijdrage. In 2001 werd deze Omroepbijdrage afgeschaft maar dat was eigenlijk maar nep. De Omroepbijdrage bracht ieder jaar een paar honderd miljoen guldens op en dat geld lieten de Publieke Omroepen natuurlijk niet liggen. De belastingen werden gewoon verhoogd en zo gingen we met zijn allen op die manier Omroepbijdrage betalen. De gemeenten in Nederland krijgen ook een gedeelte van dat geld o.a. om zo de plaatselijke lokale omroep een subsidie te kunnen geven. Per huishouden ontvangt een gemeente een bijdrage van Eur. 1,30 per jaar. Ik woon in een gemeente met 120.000 inwoners dus dat zijn pakweg 40.000 huishoudens. Mijn gemeente ontvangt dus op jaarbasis meer dan Eur. 50.000,– uit de belasting/omroep pot. Ze zouden dit dus allemaal aan de lokale omroep kunnen geven maar dat gebeurt niet.
Â
We zijn inmiddels in de jaren gekomen dat het economisch wat minder gaat, zeker met het huishoudboekje van de Nederlandse staat, en daar moet worden bezuinigd. Derhalve gaf de regering aan dat allerlei instanties waaronder de Publieke Omroep minder geld van de overheid zullen gaan krijgen. Dat gaf een hoop gekrakeel maar inmiddels hebben de Publieke Omroepen aangegeven dat ze een bezuinigingsplan gaan maken. Maar………..wat heeft men inmiddels heel listig bedacht: de Omroepbijdrage zou eigenlijk weer moeten worden ingevoerd. Wat je met de ene hand geeft (bezuiniging) neem je zo dus met de andere terug. Over kosten gesproken: je zou je natuurlijk ook kunnen afvragen of de Publieke Omroep eigenlijk wel drie televisiezenders, zes radiostations, 12 digitale televisiezenders en 30 digitale radiozenders (een gedeelte zit nog in de planning) nodig heeft.
Â
Terug dan weer naar de locale radiozenders. Toen deze vorm van radio begin jaren negentig begon los te barsten doken veel ex-piraten er in. Maar al gauw kwamen de meesten tot de conclusie dat het allemaal wel erg kleinschalig was en dat deze vorm van radio bij lange na niet de impact had van de grote piraten in de jaren tachtig. Inmiddels zijn de meeste locale omroepen terug gevallen naar een treurig bestaan. Overdags horen we non-stop muziek vanaf de computer volgens een wat algemeen (en vaak onduidelijk) format. Daar tussendoor af en toe locaal nieuws waarbij de nadruk ligt op agendaberichten. In de avond en het weekend  zijn er dan wat programma’s van goedbedoelende mensen maar alles bij elkaar is het niet echt lekker beluisterbaar. Daarbij moet je bedenken dat je concureert met een gigantisch scala aan andere radiostations waaronder de grote landelijke professionele. Enkele locale omroepen programmeren dan veel meer naar de geest van de wet en brengen veel programma’s voor de verschillende doelgroepen in de gemeente. Eigenlijk prima maar de gemiddelde luisteraar is er niet in geinteresseerd en stemt maar weer af op de landelijke muziekzenders of op Radio 1.
Â
Echte goede locale radio zou dus moeten beginnen met een goed muziekformat en de hele dag live-programma’s met goede jocks. Maar die zijn er maar beperkt en kunnen overal terecht dus komen maar zo niet bij jouw locale omroep. Je moet ze dus eigenlijk binnenhalen met een fraai geldbedrag maar dat is er nou éénmaal niet. En zo blijft je omroepje dus in de problemen zitten. Toch zijn er her en der nog locale omroepen die goed georganiseerd zijn en groot zendgebied hebben (meerdere gemeenten) en daarbij een aantrekkelijke programmering kunnen maken.
Â
In de tweede helft van de jaren negentig kwam er ook ruimte voor regionale commerciele omroepen. De overheid en Publieke Omroepen hadden 50 jaar lang met succes andere dan Publieke Omroep tegenhouden met ondermeer als argument dat er geen etherfrequenties beschikbaar waren. En toen dat wettelijk niet meer tegen te houden was kwamen die frequenties bij bosjes uit de hemel vallen: landelijke, lokale en regionale. Er was ons 50 jaar lang een hoop wijsgemaakt. Je zou denken dat regionale zenders een veel betere mogelijkheid van bestaan hebben dan locale maar dat valt tegen. Ook hier is het vechten voor de overleving. Vaak is ook de financiering weer de oorzaak want heel ironisch moeten ook de regionalen het voor een gedeelte hebben van die slecht betalende bakker van enkele alinea’s terug. En dat weerspiegelt zich in wat je op de radio hoort. Veel non-stop muziek en weinig opzienbarende programma’s. Het resultaat is er naar. Veel regionale radiobazen zullen met angst en beven iedere twee maanden de luistercijfers bekijken. De meeste van deze zenders scoren in hun eigen regio nog niet eens 1% en bungelen daarmee helemaal onderin de lijstjes. De landelijke concurenten doen het dus veel beter en een aantal van deze landelijke zenders scoren dan in jouw regio 10-15%. Er zijn regionale zenders die maar helemaal niet mee doen aan de luisteronderzoeken. Je moet er voor betalen en krijgt er alleen maar teleurstellende cijfers voor terug. Maar ja, je hebt dan helemaal niets meer om mee aan te komen bij (potentiele) adverteerders.
Â
Uiteindelijk gaat het ook bij de commerciele regionale omroepen om datgene wat je uitzendt en daar gaat het vaak fout. Om te beginnen moet je niet proberen exact hetzelfde te doen als de landelijke zenders en al helemaal zorgen dat je geen slap aftreksel daarvan bent. Je moet eerst een heel duidelijk muziekformat gaan uitdenken. Veel radiostations besteden veel tijd en geld aan prachtige, bijna futuristische studio’s maar vergeten om serieus bezig te zijn met het format. Jongeren, ouderen, wat is je publiek ? Vergeet niet dat de meeste van je concurenten zich richten tot de leeftijdsgroep 15-45 jaar. Wil je dat ook doen dan heb je gigantische concurentie en moet je een wel verdomd goed format maken om goed te kunnen scoren. Maar in ieder geval moet je format altijd duidelijk en strak zijn en je moet er altijd mee bezig blijven. Inhaken op de omstandigheden.  Verder moet de jukebox (non-stop computer) overdags de deur uit want daarmee ben je bij voorbaat al verloren. Personality Radio, daar gaat het om. Je moet dus een aantal goede jocks hebben die live draaien, professioneel klinken en tussen de muziek door ook op onderhoudende wijze over zaken in de regio kunnen vertellen. Eventueel op losse wijze tussendoor de regio-info brengen dan kunnen die gekunstelde blokjes ook de deur uit. En ik zei het al: niet hetzelfde doen als de grote jongens dus je moet je onderscheiden. Bijvoorbeeld: staan er in jouw regio iedere dag files dan ga je daar regelmatig tussen staan. Met een auto die helemaal is volgeplakt met de naam van je station. De ‘vliegende reporter’ geeft live-verslag en hangt met de microfoon uit het raam om met met de automobilisten een praatje te maken. Leuk voor de luisteraar en al de automobilisten om je heen zoeken op de autoradio meteen naar jouw station. Het is maar een voorbeeld maar zo zijn er veel meer zaken te bedenken waarmee je onderscheidend wordt van andere zenders. En dus interessanter voor de luisteraar.
Â
Ik hoor het de radiobazen al verzuchten: “Dat kost veel werk en geld”. Nou, veel werk is geen argument. Er bestaat niet één bedrijf dat groot is geworden met een 9-5 mentaliteit. En wat betreft dat geld: er gaat het nodige om in dit wereldje, het ligt er maar aan hoe je het besteedt. Die luisteraar hoort het echt niet of je programma vanuit een supermoderne, peperdure studio komt of vanuit een simpele die veel goedkoper is. Maar diezelfde luisteraar hoort het wel of je station leuk klinkt of niet zo leuk is. En wat is in deze tijd het alternatief als je niet op een serieuze radiomanier bezig bent met je zender ? Dat je onderaan in die lijstjes met luistercijfers blijft bungelen.Â
Â
Â
Â
Â
Â
Â
Â
INVICTA
——————————————————————–